maandag 10 mei 2021

Knoeien in een oud boek

Ik deed een perongelukke ontdekking deze week. Op een pagina van een oeroude Winkler Prins uit de kringloopwinkel (uit 1910 zag ik pas later) smeerde ik witte acryl en wat bruine bister. Ik rommelde er wat met een zwarte fineliner in. Het werd een knoeierig gedoe.
Dat oude dundrukpapier bleek zo fijn om op te werken, dat ik meteen nog een paar bladzijden volsmeerde met witte acryl en telkens met een andere kleur (spray-inkt deze keer). Met een dikke permanent marker maakte ik er willekeurige zwarte wandelende lijntjes doorheen (niet op de tweede foto) en hier en daar een zwarte vlek.
Toen kwam ik op het idee om die pagina in acht stukken te snijden. Dat gaf acht kleine heel onwillekeurige afbeeldinkjes, sommige waren net kleine landschapjes.
Op sommige vierkantjes kon ik het niet laten om er een ‘huisje’ op te maken (snippertje zwart papier met witte raampjes) of een laddertje of een fietsje er bij te tekenen. Ik plakte de geknipte delen op en vond het er nog steeds uitzien als een stukje vlekkerig oud papier. TOTDAT ik er met een fineliner een los kadertje omheen zette. Toen gebeurde er iets bijzonders. Het werd een ‘werkstukje’!
De ontdekking hier was vooral hoe fijn het is om (alweer) het toeval te laten bepalen waarmee je ‘het moet doen’. In dit geval bepaalt de verdeling van het papier in acht stukken, wat er uiteindelijk op elk vlak komt te staan. Dat het papier honderdentien jaar oud is maakt het voor mij nog waardevoller. Maar je kunt deze truc natuurlijk met elke pagina uit een oud boek, of stuk liefst vergeeld krantenpapier uithalen.
Voor mijn artmailvriendinnen maakte ik er harmonicaboekjes van. Ik ben benieuwd hoe ze ze gaan vinden! Hoe fijn is het toch om - al rommelend, want zo noem ik het graag - ontdekkingen te doen waar je heel blij van wordt. Conclusie: er moet meer gerommeld worden!

maandag 15 maart 2021

Grindgezichtjes

Ik heb iets met stenen. Regelmatig sleep ik keien mee naar huis en ik teken wat ik er in zie, gebruikmakend van de knobbels en ribbels in hun ‘huid’. Deze keer ging het anders. Ik kreeg een bakje met narcisbolletjes en die lagen ingebed in grind. Kleine platte steentjes zo groot als een euromunt. Tegelijkertijd lag er een tijdschriftpagina vol gezichtjes op mijn tafel. Dat bracht me op het idee.
Ik koos een gezichtje en knipte het haar er af. Daarna plakte ik het met gel-medium op de platste kant van een steentje. Toen het droog was, heb ik er met permanent marker, witte gel marker en wat sterk verdunde acryl omheen gewerkt. Opeens vond ik bij mijn ommetjes overal geschikte grindsteentjes en ik maakte een hele serie. Omdat het platte steentjes waren heb ik ze met een lijmpistool op een Kraftpapieren ondergrond geplakt ener een aantal via de post als art mail verstuurd.